vrijdag 11 oktober 2013

Samhain, Halloween verhaal


Wat is Samhain beste mensen , wat is Halloween?
Waarom vieren we dat?
Om beter te begrijpen waar het vandaan komt moeten we terug gaan in de geschiedenis.
We gaan terug naar de wereld van Koning Arthur en verder nog naar de wereld van de oude Kelten.
Men geloofde in de middeleeuwen dingen waar we tegenwoordig allang niet meer in geloven.
Maar is dat zo geweldig?
Stel dat dat geloven geen geloof was maar een weten, een diep weten, een weten dat terug gaat  en verbonden is met de diepste wijsheid van onze oude voorouders, die op hun beurt in direct contact stonden met de bron.
Dus in mijn verhaal heb ik het niet over geloven maar over weten.
En in de middeleeuwen, in de tijd van Koning Arthur en de tijden daarvoor wist men dat Samhain een bijzonder moment was. Het was en is het begin van de donkere periode van het jaar. Het duurt van 31 okt. tot 1 februari. In deze tijd staat de wereld van de voorouders en de wereld van de doden dichterbij dan anders. Sommigen ervaren hen in de donkerste dagen voor de kerst als de aanwezigheid van engelen. Het maakt niet uit. Het gaat er om dat we hun zegeningen mogen ontvangen. 
Soms brengen we kleine offers naar de kerkhoven, naar de graven waar onze geliefden liggen. Soms brengen we kleine offers aan de elfen die waken over de graven, offers voor de elfen en offers voor de elfenkoningin.
Op het kerkhof staat een put. Die put is een oude bron waarbij sinds mensenheugenis de elfen wonen. Het is een bijzondere bron. Het heeft de zegen van de elfenkoningin.
Er wordt verteld dat wanneer je daar een klein vingerhoedje melk met honing brengt en achterlaat, je wensen binnen een jaar in vervulling gaan. 
Maar pas op! Er groeien hele mooie witte bloemen daar, ze lijken wat op Brugmansia’s maar dan hebben ze ook die fonkeling die niet van deze wereld is. En een geur die onweerstaanbaar is. Maar ruik niet aan die bloem , steek je neus er niet in. De geur zal je meenemen naar de andere wereld. En wie weet zien we je nooit meer terug. 
Het ergste wat je kan doen is zo’n bloem plukken. Als je dat zal doen dan zal je moeten dienen in het leger van de elfenkoningin, van de dageraad tot zonsondergang, van zonsondergang tot de dageraad, heel het jaar rond en dan het volgende jaar en dan nog een jaar en zo als maar door tot aan het eind der tijden.
Janet was een jonge vrouw, een prinses, niet de kroonprinses. Dat was haar oudere zus. Janet was een mooi meisje van een jaar of 17. Janet had lange blonde haren die tot bjna op haar heupen vielen. Haar ogen waren helder blauw en straalden altijd iets bijzonders uit. Goede en eerlijke mensen voelden zich altijd gelijk bij haar op hun gemak. Ze bewoog zich voort in waardigheid. Het was meer schreiden dan lopen dat ze deed. Haar te s=zien lopen, heel haar verschijning was betoverend. Haar stem klonk als een helder bergbeekje. Haar vader was vaak bezorgd over haar en wilde haar zo goed als hij kon beschermen tegen de boze wereld. Hij had haar verteld van de bron op het kerkhof. Hij had haar gewaarschuwd voor de bloem. Hij had haar verteld van Tam Lin, een prins die eeuwen geleden verdwenen was en sindsdien soms gezien wordt in de stoet van de elfen metde elfenkoningin voorop.
Met Samhain was er een groot feest op het kasteel van de ouders van Janet. Veel vrienden en familie was gekomen. In de grote ridderzaal klonken doedelzakken, trommels en schalmeien er was een geur van wildbraad, van bier en wijn. In de zaal hing een dikke rook. Er werd druk gepraat en zo nu en dan klonk er een lied. Voor Janet was het allemaal veel te druk. Zodra ze de kans schoon zag verliet ze het feest. Ze wilde alleen zijn, alleen in haar droom wereld, alleen met de stilte van de nacht. Van de keuken had ze een kannetje warme melk meegenomen en wat honing. 
Ze begreep die drukte niet, al dat drinken en die schreeuwerigheid. Was er maar iemand die haar begrijpen kon. Iemand waar ze haar lief en leed mee delen kon. Dat was haar wens, haar grootste wens, haar liefste wens. 
Nu ging ze naar het kerkhof. Onderweg roerde ze de honing door de melk. Het was stil op het kerkhof. Er hing een vredige rust. Janet wist dat dit deels door de doden kwam die daar begraven lagen maar nog meer omdat het een plek was waar zoveel elfen zijn.
Onderweg naar de put, roerend in de melk voelde ze en dacht ze diep na over haar aller liefste wens. Haar hart werd warmer en warmer, heel haar lichaam trilde zacht van opwinding. Ze voelde het en wist het zeker. Dit was wat ze wenste. Toen ze bij de put was aangekomen knielde ze neer. En daar naast de put goot ze het melkkannetje leeg terwijl ze met gesloten ogen haar grootste wens uitsprak. Haar stem klonk zo helder zo mooi. Tam Lin, de betoverde prins die over de put waakte werd op slag verliefd op haar. Maar hij kon niet bij haar komen. Een onzichtbaar gordijn scheidde haar wereld van de zijne. Janet droomde van haar prins en even voelde het alsof hij heel dichtbij was. Een heerlijke geur kroop haar neusgaten binnen. En toen ze haar ogen weer open deed zag de prachtig mooie bloemen die daar groeide. Ze was zo in haar droomwereld en voelde zich zo gelukkig, warm en blij dat ze niet dacht aan de waarschuwingen van haar vader. Direct pakte ze en bloem en boog voorover om haar neus er in te steken en de heerlijke zoete lucht helemaal te kunnen beleven. Ze streelde de bloem en de bloem begon nog heerlijker te ruiken. Alles om haar heen begon te veranderen. Het was nog donker maar toch ook weer niet. Het was nacht en alles leek te leven en alles scheen haar lief te hebben. Langzaam werd de sluier die deze wereld en de andere scheidt steeds dunner. De klok van het kappelletje van het kasteel sloeg twaalf keer Tam Lin keek bezorgd toe maar tevens voelde hij dat hij haar bijna kon aanraken. Behoedzaam pakte Janet de steel van de bloem, streelde haar nog eens en wilde haar plukken. 
Plots schoot Tam Lin toe hij greep haar hand en zei: “ Doe het niet, meisje” Janet schrok en Tam Lin schrok van dat Janet schrok en sprong direct een meter achteruit. Als de elfenkoningin zou horen van wat hij zojuist gedaan had dan zou hij zijn paard verliezen en voortaan lopend de stoet der elfen moeten volgen. Janet hervond haar rust en keek de jonge prins aan: “ Wie ben je, en wat doe je hier?” 
“Mijn naam is Tam Lin”, sprak de jonge prins,”Een paar dagen geleden heb ik zo’n bloem geplukt en nu kan ik niet meer terug. De bloemen, net als de bron behoren toe aan de elfenkoningin. De mensen mogen van het water drinken maar de bloemen laten staan. Ik ben zo dom geweest een bloem te plukken en nu zit ik gevangen in de elfenwereld. Maar mooi meisje, mag ik je vragen naar je naam.
“Mijn naam is Janet, Tam Lin, maar...”, zo sprak het meisje, “Het is niet een paar dagen geleden dat van ons bent heen gegaan. Er zijn al honderden jaren voorbij gegaan. Maar laat me je helpen. Ik vind je aardig, ik vind je lief. Ik wil dat we vrienden worden en misschien wel meer dan dat. Jij bent mijn droomprins. Ik weet het zeker. Van jou heb ik altijd gedroomd en als het moet zal ik voor je sterven”.
“Meisje, wat je zegt is waar”, zei Tam Lin, “ Ik ben de tijd vergeten, er  is veel meer voorbij gegaan. Er zijn anderen geweest die me wilden helpen. Maar niemand die voor me sterven wil. En ik ben bang dat juist dat is wat er nodig is. De elfenkoningin wil mij niet kwijt. En vaak zegt ze tegen mij ‘ niemand zal er voor je willen sterven, Tam Lin, je blijft bij mij tot aan het eind der dagen.” 
Janet zei: “Zeg me wat ik moet doen Tam Lin. Ik zal het doen Tam Lin. Ik doe het voor je”.
“Luister Janet, luister goed”, zo sprak Tam Lin, “we hebben niet veel tijd. Dit is de nacht van Halloween, dit is de nacht dat de elfenstoet voorbij zal trekken. Tegen de ochtend zullen we voorbij komen om de gestorvenen van het afgelopen jaar op te halen. Als de zon op komt zullen we verdwenen zijn. In de schemering moet je toeslaan. De stoet zal komen als de klok vier uur geslagen heeft. Als je hier wacht dan zullen we voorbij komen. De koningin rijdt voorop en ik ben de vierde ruiter. Je kan me herkennen aan mijn witte paard en de witte bloem die ik bij me draag. Ik kan de bloem niet laten gaan. Het ziet er uit als een bloem maar het zijn mijn boeien. Als je me ziet roep dan mijn naam en werp direct een rode cape over mij heen. Grijp me vast en wat er ook gebeurt: Laat me niet los! Meer kan ik niet vertellen. De klok zal weldra één uur slaan en dan zal de elfenkoningin mij roepen.”
Het beeld van Tam Lin vervaagde. De sluier die de werelden scheid werd dikker de klok sloeg één uur. En Janet kwam tot zich zelf. Ze schrok dat ze de bloem nog steeds vast had en let hem direct los. Ze kwam vlug overeind en haastte zich naar huis. Thuis gekomen zocht ze naar een cape maar kon er geen vinden in haar kamers. De enige rode cape die zij kon vinden was de koningsmantel van haar vader. Deze nam ze mee. Het was voor een prins per slot van rekening. 
Al gauw was ze terug bij de put. Er was een uur voorbij gegaan. Steeds kouder werd het. Maar gelukkig had ze nu de warme mantel van haar vader bij zich. Ze sloeg hem om haar heen. Het was spannend maar ze wist heel zeker dat dit was wat ze wilde. De uren verstreken. Janet was stil, wakker en gefocust. De klok sloeg vier uur. En nadat de klok voor de vierde maal geslagen had klonk er direct het geluid van hoefgetrappel en het geluid van briesende en hinnikende paarden. Daar plotseling zag ze stoet. Werkelijk prachtig zagen ze eruit. De elfenkoningin reed voorop. Janet voelde dat de koningin haar niet kon zien zo lang ze zich onder de rode koningsmantel verborg. De koningi was werkelijk heel mooi. Ze reed op een prachtig wit paard beslagen met zilver en goud. De koningin was gekleed in hemelsblauw, haar haren waren als zilver haar ogen zo blauw en diep als de oceaan. Alles wat ze droeg was zilver en blauw, behalve haar zwaard en diens schede, die ware van goud. Janet kon zich haast niet voorstellen dat deze prachtige koningin haar prins gevange hield. Toch was dit zo en zzou alles doen om hem te bevrijden. Een tweede ruiter reed voorbij, bijna net zo mooi en prachtig als de koningin, een derde red voorbij. En daar ja, daar was Tam Lin. Hij keek duidelijk niet zo blij als de anderen. Direct sprong Janet op: “Tam Lin!” riep zei. En direct wierp ze de mantel over hem heen en trok hem van zijn paard. De stoet stopte als bij toverslag en al de elfen keken Janet angstwekkend aan. Janet drukte Tam lin stevig tegen zich aan terwijl de elfenkoningin op haar toe reed. Het gezicht van de elfenkoninh=gin werd steeds duisterder en grimmiger, niet langer droeg ze zilver en blauw. Al haar kleding en ook haar paard was zwart geworden. Ze zag eruit als een duivelin en al de elfen namen demonische vormen aan. Onder de koningsmantel bewoog Tam Lin, hij voelde niet aan als een mens. Janet’s handen gleden ander de mantel en voelden een natte koude slangenhuid. Janet draalde niet en greep de slang vast en drukte die tegen zich aan. De elfenkoningin kwam dichterbij en als ze haar mond opende kwamen er zwarte mistflarden te voorschijn. Ze verspreidde zich rond Janet en Tam Lin. Akelige klanken kwamen er uit haar mond. Janet wist dat dit vervloekingen waren. “Kaltular, Galbrahim, Doodskopkervel, Slangekruid, Madusa, Angrboda, meesters der duisteris... zo siste de elfenkoningin. De kerkklok sloeg 5 maal en de graven begonnen te kraken. Een akelig geluid klonk van brekende stenen. Kisten braken open en een geur van schimmels, dood en bederf verspreidde zich. Geraamtes en halfverteerde lichamen begonnen te dansen op een macabere melodie de een van de elfen op een doedelzak begon te spelen. Er klonk een geluid van rammelende botten en gebeente. Het was werkelijk ijzig koud en Janet voelde en zag dat ze niet langer een slang maar nu een koud skelet in haar armen hield. Toch hield ze hem vast. Ook al viel zijn skelet deels uit elkaar. Een aanzwellend geluid dan trommels klonk steeds luider en steeds dichterbij. Zelfs de schedel van Tam Lin viel op de grond maar Janet hield de ribbenkast goed vast. Ze had zijn hart dat wist ze zeker. De klok sloeg zes uur. Het begon al te schemeren. De elfenkoningin werd nu echt furieus. Ze kwam van haar paard en stampte rond Janet en keek haar ijskoud aan en sprak: “ Jij mag Tam Lin niet houden. Hij is van mij. Hij heeft zelf gekozen bij mij te zijn door de bloem te plukken. Die wet is zo oud als de wereld der elfen. Laat hem los Janet en ik geef je alles was je vraagt.
“Het enige wat ik wil, het enige dat mijn hart begeert is Tam Lin. Bij hem zijn de rest van mijn leven!” 
Weer siste de elfenkoningin.
En het skelet veranderde nu in een ijzeren staaf, een gloeiende ijzeren staaf. Janet voelde haar handen branden. Rook steeg er van haar handen op. De pijn deed haar ogen huilen. Maar in haar hart wenste en wilde zij zo vurig en zo graag bij Tam Lin zijn dat zelfs de hitte van dit vuur haar niet liet twijfelen. En toen de klok zeven uur sloeg riep ze uit: “ als het moet dan zal ik voor hem sterven!!. 
“Dan zal je sterven!”, sprak de elfenkoningin terwijl ze zichzelf in het zadel hees. En volle galop weer op haar witte paard, geleed in het zilver en blauw stormde zij op Janet toe, terwijl ze haar gouden zwaard uit de schede trok. Ze zwaaide met het zwaard door de lucht. Ze gaf en gil en haalde uit om met volle kracht Janet’s hoofd af te slaan. Maar net op dat moment kwamen de eerste zonnestralen achter de horizon te voorschijn en weg was de elfenkoningin en weg was de elfenstoet. Nu zakte Janet in elkaar ze had alles gegeven, alles wat ze in haar had. De meest zachte handen vingen haar op. Het was Tam lin die een witte bloem op de grond liet vallen. Eindelijk was de betovering gebroken. Een nieuwe betovering had zich meester van hem gemaakt. Maar dit was een betovering waar hij bewust voor gekozen had. Hij kuste Janet op haar mond en beloofde haar voor eeuwig trouw.

Geheim

Ok, als je hier bent gekomen dan krijg je het geheim te horen.
Sommigen mensen zal ik het opsturen en voor hen zal het een verrassing zijn. En het is geen verrassing meer als ik het verklap. Vandaar het geheim.
Wat is het?
Wat ik gedaan heb...
Ik heb een brief gemaakt, geschreven aan den mensen als zijnde de dwergenkoning.
Ik heb daar een mooi handschrift bij gezocht, mooi oud papier, een speciale postzegel laten maken. Papier oud gemaakt met thee, de brief bewerkt met stempels. De brief wordt amengevouden op oude wijze, dichtgeknoopt met twee touwtjes en natuurlijk wordt ie met zegellak dicht gemaakt.
Kortom het is een mooi kunststukje en een echte brief van de dwergenkoning.
Kijk: weet je nou iemand die je zo'n cadeutje wilt geven. Het zal helemaal onduidelijk zijn waar de brief vandaan komt, komt echt van de dwergenkoning...
1. Wil je iemand en cadeau geven. Het is denk ik ook heel erg leuk voor een gezin, beetje bewust, dat houdt van verbeelding, kinderen tussen de 5 en 10 jaar, ouder mag ook maar dan wel nog open...
2. Wil je dit kunstprojectje steunen. Tja, ik wil er eigenlijk 25 euro voor hebben. Het is wel veel. Maar het is ook veel werk. En denk je.... dat is me te veel... nou prima...
Maar vertrouw je mij en denk je dit wil ik doen neem dan contact met me op en we spreken wat af...

Het idee is een beetje extra magie in het leve te brengen.

Dwalin, koning der dwergen.

zondag 15 september 2013

Zonder opsmuk ( gedicht of gewoon woorden?)

Zonder opsmuk

Hier ben ik naakt. 
Zoekend, steeds weer zoekend.
Hier ben ik naakt
zoekend naar mezelf
zoekend naar zin
zoekend naar een diepere verbinding
zoekend naar de overgave
Als ik die gevonden heb lost alles op.
Het leven is dan weer eenvoudig, 
verbonden met de godin die vele namen heeft
Een ervan is Aarde 
Aarde is haar gewoonste naam
naam zonder opsmuk
gewoon Aarde
onmisbaar als water, lucht en vuur
Daar ga ik weer
mee in de stroom van het leven
steeds een beetje naakter
steeds wat dichter bij
niet langer zoekend
maar meegaand in overgave
waar was ik?
wie ben ik?
ben ik verdwaald of nog net niet gevonden?
naakt ben ik 
naakt

16 sept. Nw. lekkerland, Philip Aswind van der Zee

maandag 9 september 2013

Droom


Wat een bizarre droom, maar eigenlijk niet. Het kan soms pijnlijk zijn hoe ik mij vergis, hoe weinig ik weet en snap van mijzelf, wie ik ben. Heel mijn inzicht tegenover het koningshuis en mijn houding daar tegenover en waarschijnlijk tegen veel meer autoriteiten dan alleen het koningshuis is vannacht/ vanmorgen door deze droom veranderd. In zekere zin is dit vreselijk, op een andere manier niet, helemaal niet zelfs. Het is een heel-wordingsproces, mijn heel-wordingsproces. Maar op dit moment voelt het nog als zeer pijnlijk.
Gister heb ik een tweede voetreflexbehandeling gehad. Daar heeft het alles mee te maken. Dat heeft het in gang gezet.
Ik kom door de behandeling veel meer in mijn lijf terecht en daarmee in mijn gevoel, in contact met mijn gevoel, mijn diepere gevoelens.
We kunnen niet ontkennen wie we zijn. Mogelijk kunnen we het lange tijd ontkennen. Maar het is bizar. Ik voel dat ik diep van binnen nog altijd die diepgelovige kleuter ben, vol vertrouwen, die kleuter die ik ooit was. Ik was een ietwat eenzame kleuter, een zeer dromerige kleuter en zeker niet ongelukkig.
Ik geloofde wat mijn moeder geloofde en alles wat ze zei. Ik was heel christelijk en natuurlijk dol op het koningshuis, op soldaten en kanonnen, op Nederland en alles wat erbij hoort. Het was een perfecte naïeve droom.
Door mijn jeugd en turbulente leven zijn vele heilige huisjes ingestort. Veel bedrog is mij duidelijk geworden. En opgroeiend in de punktijd is alles bij mij extra aangezwengeld. Mijn vrienden waren de krakers, de blowers, de muzikanten, de new-agers en alles wat verder alternatief is. Velen zijn nog steeds mijn vrienden en velen draag ik nog altijd een heel warm hart toe.
De zelfkant van de maatschappij heb ik een beetje leren kennen. Zo heb ik gezien en weet ik hoe oneerlijk deze wereld voor velen op zijn minst en zachtst uitgedrukt 'ogenschijnlijk' in elkaar zit.
Hier noem ik dat de wereld mogelijk ogenschijnlijk oneerlijk in elkaar zit omdat het mogelijk zo is dat onze goddelijke kern volledig bij machte is/ zou kunnen zijn, dit alles in een ogenblik te veranderen. En dat onze ziel voor deze ervaringen gekozen heeft. Jemig wat een gevaarlijk gedachtegoed is dit. Het zou wel eens een zeer spirituele kernachtige waarheid kunnen zijn. Maar in de handen van een dictator / religieus leider kunnen dit soort overtuigingen vreselijk misbruikt worden.
Hier ligt een onoverbrugbaar gat tussen de innerlijke en de uiterlijke wereld. En ja de uiterlijke wereld is uiterst onrechtvaardig. Maar het bizarre is : we moeten wel geloven in een eerlijke wereld, we moeten onszelf wel een eerlijke wereld voorspiegelen of in ieder geval op zijn minst een wereld waarin we zelf in ons recht staan. En dat doen we min of meer allemaal. Of we nu een criminele dictator zijn of een bijna heilige weldoener, deels sluiten we onze ogen. We moeten dit doen omdat anders het leven onleefbaar wordt.

Een droom maakt in een fractie van een seconde duidelijk wat ik met veel ingewikkelde zinnen, gedachtes en moeilijke woorden niet duidelijk kan krijgen of maar slechts voor een deel.
In mijn droom was ik op een door mij zeer geliefde plek. Ik was in mijn wereld. Buiten kwamen wat koetsen aanrijden ( of reden ze weg?)  In een van de koetsen zat koning Willem Alexander en mogelijk ook koningin Maxima. En er waren veel mensen om me heen. Spontaan begon iedereen het volkslied te zingen en ik zong mee uit volle borst. Heel even was er die gedachte, het was meer een fractie van een gedachte: 'Ja maar, ik ben toch een republikein'. Nee het deed er niet toe. Ik zong zelfs deels een tweede couplet: 'Mijn schild en de betrouwe zijt Gij oh God mijn Heer'.... ik geloof dat ik nog een zin verder kwam en een oudere vrouw hielp mij er verder uit. Zij verwonderde zich dat niemand dat couplet kende en ik knikte...
Ik werd wakker en weet dat ik een royalist ben. Het is bizar en pijnlijk ook. Maar ik ben blij dat ik een Nederlander ben en leef in dit bizarre en mooie land. Het voelt heel goed om weer die kleuter in mij te voelen. En wat zowel het koningshuis en de politiek betreft: Ik blijf zeer kritisch toekijken.
Ik ga gewoon verder met mijn leven weer een beetje dichter bij mijzelf.

Philip van der Zee, 10 september 2013, Nw. Lekkerland

vrijdag 6 september 2013

Het verhaal van de drum


Het verhaal van de Drum
( Abenaki )

Er wordt verteld dat heel lang geleden toen het Groot Mysterie alle wezens op Aarde hun plaats aan het toewijzen was er plotseling een luide knal te horen was. Het was eigenlijk meer een dreun. Eerst klonk het ver weg maar langzaam maar zeker kwam het steeds dichterbij: “Boem, boem, boem, boem, boem , boem...”
En terwijl het Groot Mysterie luisterde kwam het geluid steeds dichterbij tot het geluid echt heel dichtbij was. 
Groot Mysterie zag niets er was alleen dat geluid van “boem , boem, boem, boem, boem, boem...”
“Wie ben je?” vroeg Groot Mysterie.
“Ik ben de Spirit van de Drum” klonk het antwoord.
“Ik ben gekomen om deelgenoot te zijn van al die schoonheid die je aan het creëren bent”.
“Op wat voor manier zou je willen deelnemen?” vroeg Groot Mysterie.
“Als de mensen zingen dan wil ik bij ze zijn. Als ze zingen vanuit hun hart dan wil ik meezingen en zijn als de hartslag van Moeder Aarde. Op die manier zal heel de creatie in een grote harmonie samen klinken!” 
Groot Mysterie ging akkoord met het voorstel.
En sindsdien klinkt de drum als de mensen zingen.
Overal op Aarde zingen de oude volken met hun trommels. En overal stijgen hun gebeden met hun liederen op naar het Groot Mysterie. En het Groot Mysterie hoort hen want ze zingen in harmonie met de hartslag van Moeder Aarde.

Bewerking Skald Aswind, Philip van der Zee, Nw Lekkerland, 14-08-’13. Ondertussen werkend aan een standaard voor een ceremoniële drum.

donderdag 29 augustus 2013

sacred object



***Mysterious words***

I have got this Sacred Object that nobody understands
It truly is a Sacred Object for that it is mysterious,
I try to write about it to understand it better myself
Will I ever understand? Probably not
It truly is a Sacred Object for that it is mysterious,
It is a sacred object so it will never be mine to keep
It is a sacred object, it truly is

People think they know me but they don’t
I think I know myself 
and that’s an illusion too

When I’m lost or lonely I take the sacred object in my hands
what happens than, I can impossibly describe
I pray and connect myself
How can I describe that feeling?
It’s a part of mysteriousness in me
a part that’s truly sacred
How can I describe that?
How can I understand?
here is where science will ever fail
I simply surrender
It is good


Mysterieuze woorden

Ik heb dit heilige voorwerp en niemand begrijpt dat.
Het is echt een heilig voorwerp en dus is het mysterieus
Ik probeer er over te schrijven om het zelf te leren begrijpen
Zal ik het ooit begrijpen? waarschijnlijk niet
Het is werkelijk een heilig voorwerp en daarom mysterieus
Het zal nooit echt van mij zijn omdat het heilig is en ik vergankelijk
Ook het object zal niet altijd bestaan maar het mysterie wel
net als een deel van mij dat altijd is, altijd zijn zal

Mensen denken dat ze mij kennen maar dat is niet waar
Ik denk dat ik mezelf ken, ook dat is een vergissing

Als ik verward ben en verdwaald neem ik het voorwerp in mijn handen
en wat er dan gebeurt kan ik niet beschrijven
Ik bid en verbind me
maar hoe kan ik dat beschrijven
Het is dat stukje mysterie dat in mij is
dat stukje dat werkelijk heilig is.
Hoe kan ik dat beschrijven?
Hoe kan ik dat begrijpen?
Ik geef me over 
het is goed 



Philip Aswind van der Zee, 29 augustus 2013, Nw. Lekkerland

donderdag 1 augustus 2013

Keepers of the Peacefire


Keepers of the Peacefire

There was a fire, long time ago.
People could speak to that fire and the fire spoke back to them.
They did not speak from their minds but from their hearts.
They  connected with that fire. And the fire connected with them. The fire kept them warm, nurtured them and much more. It truly was a sacred fire.
It burnt in the hearts of the communities all over the world. This sacred fire was connected with Wakan Tanka, Tunkashila, Great Spirit, Creator. 
It truly burns in Creator’s heart. And if you sit by that fire you will feel His love his care and the great peace radiating from this fire, from Creator’s heart. 
The people lived in peace with that fire, with themselves, eachother, with the Eart Mother for thousands of years.

There were special women trained to be the firekeepers of that sacred fire. It acquired many years of training, many years of listening to the fire and listening to the stories of the elders. It took a brave heart, it took a lot of patience to become a true firekeeper.

A young lady by the name of Minds-the-Fire learning to become a firekeeper was sitting by the fire with her new born babyboy. Carries-the-Fire, an old grandmother of the village had taught her not long before how to make a fire with a firebow, a firedrill. The young lady was good in that. 
The wind blew through the little lodge where she was sitting in. The men were out hunting. The fire cracked. A little spack of fire jumped out of the fire on a foot of the babyboy. The baby started crying. And instead of nurturing the boy the young woman got angry. She had the heart of a warrior. The baby kept on crying. Now Minds-the-Fire got mad and shouted bad names to the fire, words that have never been heared before, bad words that never had been spoken before. All was changing in a split second. The woman got in a rage and the babyboy was crying out loud. The woman shouted, trew water in the fire and attacked the fire with an axe. 
The fire went out. And it got real cold. Minds-the-Fire calmed down a little and kind-a realised what she had done. The baby was still crying becoming rather cold and getting hungry. So Minds-the-Fire took a warm blanket and wrapped her babyboy in it and walked out of her lodge. She needed fire so she went to another lodge to get some fire overthere. But as soon as she walked in the next lodge the fire went out. She went to the next lodge. And also there the fire went out. She went from one lodge to the next and everywhere she came the fire died. There was only fire burning in one lodge still. This was the lodge of Carries-the-Fire. The young lady hesitated cause she new what she had done was wrong. The best thing to do now was going back to her own lodge and make a fire with her firedrill and wait patiencely on the old wise lady to come. But no, Minds-the-Fire was unpatience and she wanted the fire for her and her son now! So she walked in the lodge of Carries-the-Fire. Minds-the-Fire saw the old lady sitting behind the fireplace. There was no fire in the firepit. Carries-the-Fire had the fire in the palms of her hands, staring in the flames and said: “I know what you have done. And you will find out. You took away the sacred fire from your heart and by doing that you took it away from the people. You’ve learned to make fire. But that fire has no heart. You have chosen to learn the hard way. And we have to respect that. Even Wakan Tanka, Tunkashila, Great Spirit, Creator has to respect that. Hard times will come to you and the people. Now the fire is no longer in your hands and it is up to Creator, Great Spirit to give it back to you. I know in my heart He once will return this sacred fire to the people, once the lessons are learned and the people are yearning for peace, love and understanding’. After saying these words the old lady took a deep breath and with her breath she sucked in the fire from her hands and took it to her heart. The old lady stood up and now her body became all light and transparent. Whole the lodge lighted up from her radiance. Minds-the-Fire took a step back. She saw  Carries-the-Fire walk towards the door so she stepped aside. Carries-the-Fire walked outside and in the light of day she became invisible. There was this sound, a kind of whistle sound that fire can make when the wind blows through it. This sound was heared and the Carries-the-Fire was gone.

Minds-the-Fire went back to her fireplace and started a fire there. She did not pray before she started this fire. She shared this fire with the others. But this was a fire without a heart. The people started to quarrel more and more and lost their peaceful ways. They did not speak with the fire anymore and when they did the fire did not answere. Hard times came and because of the people became selfish they learned to know poverty and became in need. The son of Minds-the-Fire grew up to be one of the first strong and powerful warchiefs. 
The rest of the story we all know. It is the story we are living in today. Many lessons are learned. Not all the warchiefs were bad. Some had real good hearts and did everything to protect their people. Storytellers were telling their stories by the fires. Sometimes it was like even the fire was listening. Some storytellers remembered the story of Carries-the-Fire and the story survived. Over the years the story changed somewhat. The lessons learned where sometimes added to the story. Some people sometimes heard a sound of fire going around in their camps at night. Some went outside of their homes to look cause they heared this cracking sound all over. And yet there was no fire, only a Spirit. 
This was the spirit of Carries-the-Fire. 
And here we share her story. This story is going all over the world now. Together with this fire. Wakan Tanka, Tunkashila, Great Spirit wants the people to find their peace in their hearts again. And over the years, over thousands of years there have been wise man and wise women keeping this fire alive. Many times hidden away far from the world that has gone crazy. 
And this is not just a story. And if you ask me : “Is it a true story?” I will answere: “There’s a lot of truth in this story” 
Now it’s for you to listen to your heart and listen to this sacred fire here. 
It will speak to you and much more.
It truly is a sacred Fire.
This fire is lit with a prayer and a coal coming from the ancient peacefire that has been burning over a thousand years